Somberheid door lichttekort
Gezondheidswetenschapper Rob van der Linden, zelf slechtziend door de ziekte van Stargardt, doet onderzoek naar depressie bij mensen met een visuele beperking. Wat zijn belangrijke bevindingen tot dusver? Het artikel is geschreven voor optometristen, maar zeker ook interessant voor mensen die slechtziend zijn.
Afgelopen najaar publiceerden Rob en zijn collega’s in Translational Vision Science & Technology resultaten van hun onderzoek naar de impact van seizoenen, zonlicht en lichtgevoeligheid op depressieve symptomen bij volwassenen met een visuele beperking.¹ Het onderzoek combineerde data van zeven studies uit de periode 2009–2019, waaraan in totaal 1.925 volwassenen met een visuele beperking in Nederland deelnamen. Via de vergelijkbare vragenlijsten PHQ-9 en CES-D rapporteerden zij over depressieve symptomen. Door de rapportagedatum te koppelen aan het seizoen, het aantal dagelijkse zonuren (van het KNMI-weerstation bij hun woonlocatie) en de zelfgerapporteerde lichtgevoeligheid, konden verbanden tussen deze factoren worden gelegd.
Factoren
Het onderzoek concludeert dat het seizoen, zonlicht en lichtgevoeligheid waarschijnlijk een rol spelen bij depressie bij mensen met een visuele beperking. Bij de algemene bevolking komt depressie vaker voor in de winter dan in andere seizoenen, voornamelijk door gebrek aan licht. Uit eerder gepubliceerd onderzoek blijkt dat het risico op depressie bij mensen met een visuele beperking sowieso, los van het seizoen, al hoger ligt.² Rob: ‘Daar liggen een aantal factoren aan ten grondslag: mensen met een visuele beperking zijn minder mobiel, kunnen minder gemakkelijk werk vinden en hebben een kleiner sociaal netwerk, wat kan leiden tot somberheid. Daarnaast speelt ook de beperkte blootstelling aan licht een rol. De prikkel van licht komt bij hen wel binnen via het oog, maar in mindere mate. Als er minder daglicht beschikbaar is, heeft dat nog meer impact dan bij mensen met normaal zicht.’
Verstoring circadiaans ritme
Bij verminderde lichtinval maken de hersenen minder melatonine aan, wat kan leiden tot slaapproblemen. ‘Normaal gesproken signaleert het lichaam wanneer het donker wordt en maakt het dan meer melatonine aan, maar het verschil tussen donker en licht is veel kleiner bij mensen met een visuele beperking. Dat wordt enerzijds veroorzaakt door hun aangedane retinale ganglioncellen, die het lichtsignaal in mindere mate doorgeven, en anderzijds door het feit dat deze mensen hoe dan ook al minder buiten komen. Als de lichtprikkel overdag al zwak is, raakt het hormonale ritme en daarmee het circadiaanse ritme verstoord.’
Rob raadt optometristen aan hun patiënten goed voor te lichten: ‘De voornaamste uitkomst van ons onderzoek is: hoe meer iemand wordt blootgesteld aan zonlicht, hoe minder depressieve klachten diegene ervaart. Voor mensen met een visuele beperking luidt dus het advies om zoveel mogelijk naar buiten te gaan of bij een raam te gaan zitten. Dat geldt in principe voor iedereen, maar voor deze groep is het van nog groter belang, omdat lichtprikkels bij hen veel moeilijker binnenkomen.’
Fotofobie
Het onderzoek van Rob richt zich ook op overgevoeligheid voor licht, oftewel fotofobie, wat sterk samenhangt met depressieve symptomen. ‘We dachten aanvankelijk dat mensen met fotofobie somber zijn omdat ze lichtprikkels minder opzoeken en dus minder naar buiten gaan. Maar het blijkt dat fotofobie ook kan leiden tot geïrriteerde en pijnlijke ogen, waardoor mensen minder goed in hun vel zitten. Tot slot kan minder naar buiten gaan er ook voor zorgen dat het sociale netwerk kleiner wordt. Mensen gaan geïsoleerder leven, omdat ze de lichtprikkel niet goed aankunnen.’
Er zijn hulpmiddelen, zoals zonnebrillen, maar die blokkeren op hun beurt ook licht. ‘Vooral in de winter kan een zonnebril ervoor zorgen dat het nóg donkerder wordt, waardoor somberheid kan verergeren. Tegelijkertijd kan een zonnebril het mogelijk maken dat mensen die normaliter binnen zouden blijven, juist naar buiten gaan.’ Het verschilt per patiënt of de voordelen opwegen tegen de nadelen – het is dus een kwestie van proberen.
Doorverwijzen
Voor psychosociale ondersteuning zijn er verschillende mogelijkheden. ‘Voor optometristen is het belangrijk om alert te zijn op signalen van somberheid,’ benadrukt hij. ‘Als patiënten niet goed in hun vel lijken te zitten, dan is het goed om te weten dat ze geholpen kunnen worden, mits ze een verwijzing van de huisarts of oogarts hebben. Zij kunnen bijvoorbeeld terecht bij Koninklijke Visio of Bartiméus, waar psychologen en maatschappelijk werkers beschikbaar zijn die ondersteuning kunnen bieden. Er zijn dus diverse opties, maar zorgverleners moeten daar wel van op de hoogte zijn.’
Patiënten stimuleren
Momenteel doet Rob in het Amsterdam UMC vervolgonderzoek, waarbij oogartsen, optometristen en TOA’s signaleren of patiënten met een visuele beperking somberheidsklachten ervaren. Momenteel zoekt Rob geen nieuwe deelnemers meer voor het onderzoek.
Hij onderstreept het belang van alertheid op somberheid bij élke patiënt met een visuele beperking, ongeacht de oogaandoening. Volgens hem is de prevalentie van somberheid in deze groep hoog en wordt de invloed van licht daarin vaak onderschat. Zijn advies aan optometristen: stimuleer patiënten om dagelijks naar buiten te gaan en wijs hen op de mogelijkheden voor mentale ondersteuning.
Mogelijke rol lichttherapie
Er is misschien een rol weggelegd voor lichttherapie, waarbij patiënten elke ochtend een halfuur voor een lamp zitten die daglicht simuleert. Tot op heden is er nog weinig bekend over het effect van deze interventie op mensen met een visuele beperking. Wel zijn in 2021 resultaten van een kleine pilotstudie gepubliceerd.³
Rob: ‘Lichttherapie is wellicht niet de beste manier om iemand met jarenlange somberheid te ondersteunen, want dan is de kans groot dat de klachten een andere oorzaak hebben. Bij seizoensgebonden depressie zou lichttherapie wellicht wél een optie kunnen zijn.’ Verder onderzoek is nodig naar deze en andere behandelopties voor seizoensgebonden depressieve symptomen bij deze populatie.
Mogelijk heeft lichttherapie ook potentie voor volledig blinde mensen. ‘In eerste instantie zou je denken dat lichttherapie voor hen geen zin heeft, maar er zijn studies die aantonen dat lichtsignalen tóch binnenkomen.⁴–⁵ Het verschilt per oogaandoening: bepaalde cellen functioneren bij de één wel, terwijl die bij andere aandoeningen weer niet functioneren. Het is onduidelijk hoe het precies zit, maar het biedt wel perspectief.’
Dit artikel is eerder verschenen op de site van de Macula Vereniging