Vogels herkennen

“Hoe zie je dat toch zo snel?” vragen medewandelaars vaak als ik tijdens een wandeling een vogel aanwijs. Dan lach ik die vraag een beetje weg en zeg dan iets in de stijl van: “Tja, dat ene oog van mij doet het uitstekend!” Dat is ook echt wel waar, maar eigenlijk speel ik een beetje vals, want ik herken ze vaak eerst aan hun specifieke geluid en zoek dan waar het geluid vandaan komt. Ik hoor eerder dan dat ik ze zie. Vogelgeluiden herkennen is niet eenvoudig maar ik vind het vooral erg leuk en ongemerkt luister ik er altijd naar.

 

Tuinvogels

In mijn stadsachtertuin is het altijd druk met vogels. Het helpt dat er in de tuin een vijver is, dat er wat rommelhoekjes zijn waar ik het blad niet weg haal, en dat ik zorg dat er altijd wel wat de eten is. In de winter strooi ik (brood)kruimels en vogel strooivoer, hang wat vetbolletjes en een potje vogelpindakaas op. Ik leg hier en daar stukjes appels neer en voor de groenlingen, de vinken, de sijsjes en voor de diverse mezensoorten hangt er een ruif met (ongepelde) gestreepte zonnepitten. De vogels vliegen op winterdagen de hele dag af en aan en als het begint te schemeren wordt het echt spitsuur. Alle vogels komen snel nog even wat eten voor de nacht.

’s Morgens als het licht begint te worden, is het weer druk want na de lange koude winternacht moet er weer gegeten worden. De groenlingen, vinken en sijsjes komen in groepjes tegelijk en maken al fladderend schreeuwend ruzie met elkaar. De huismussen zijn ook altijd knus in groepjes bij elkaar en communiceren met elkaar door oorverdovend hard te tsjilpen. De verschillende mezen houden meer afstand van elkaar, maar kwetteren voortdurend in vraag en antwoord naar elkaar.

Drie kleine bruine vogeltjes

Drie kleine bruine vogeltjes zijn op geluid lastig van elkaar te onderscheiden en omdat ze zo klein zijn ze vaak lastig te ontdekken, zeker met één oog. De kleinste is het winterkoninkje; hij wordt ook wel ‘Klein Jantje’ genoemd. Het is een kleine bruin vogelbolletje met een omhoog staand staartje. Hij hipt heel snel heen en weer. Hij maakt voor zo’n kleine vogeltje van amper 9 cm verbazingwekkend veel geluid. Zijn zang is prachtig helder en tijdens het ‘hippen’ maakt hij een fel schel en snel achter elkaar tikkend metaalachtig geluid: tek-tek-tek-tek. De heggenmus is ook bruin, maar gespikkeld en heeft een blauw bruin koppie. Hij hipt niet zoals de meeste vogels doen, maar rent op zijn korte vogelpootjes heen en weer. Alle kans dat als je hem ziet rennen dat je denkt dat een muisje is. Tussen al dat rennen door fluit het heggenmusje een helder metalig liedje. Het grootste vogeltje van deze drie is het roodborstje, die herken je meteen door zijn felle rode borst. Op geluid herkennen wordt het lastiger want zijn tikkende tek-tek-tek-tek-roep heeft veel weg van die van het winterkoninkje en zijn luide schelle zang waarmee hij indringers in zijn territorium waarschuwt lijkt opvallend veel op de zang van de heggenmus. Het roodborstje is het eerste vogeltje dat ik zie als ik ’s morgens de gordijnen open doe. Hij zit op een paaltje of op de tuintafel en kijkt mij vragend aan alsof hij zegt: “Ik was het die zat te zingen, krijg ik nu wat te eten?” Ik beloon hem met een handje voer!

 

Bekendste stadsvogel Blackbird

De bekendste stad- en tuinvogel is waarschijnlijk de merel door de Engelsen wordt hij ‘Blackbird’ genoemd. Die naam past perfect bij de zwarte vogel met zijn oranje snavel. Hij zit ‘s morgens vroeg of ’s avonds in de schemering in een hoge boom of op een schoorsteen prachtig te zingen. Iedere merel heeft zijn eigen repertoire. In de fluitende rollende zang van de merel in mijn tuin herken ik melodieën van klassieke muziek. Als ik in het stadscentrum loop  hoor ik steeds een merel wiens zang veel weg heeft van de muziek van de Beatles. Ik sta dan even stil om te luisteren en te kijken. Meestal lopen mensen me dan zonder het te horen of te zien voorbij, maar soms kijken en luisteren ze mee. Laatst stonden een man en een vrouw ook even stil en de vrouw fluisterde tegen de man “Blackbird”! Ze liepen lachend verder en de man floot het nummer van de Beatles wat ik ook in de zang van de merel hoorde Blackbird.

Anita Hol-Bubeck

Van vragen kun je leren 

Ik stimuleer mijn cursisten om direct vragen te stellen als iets niet duidelijk is.  Door het stellen van vragen en uiteraard het krijgen van antwoorden op die vragen kun je leren! Het is dus ook best gek dat ouders hun kinderen afleren om vragen te stellen. “Mama wat heeft die mevrouw aan haar oog?” Mama fluistert: “Dat mag je niet vragen, loop maar gauw door.” “Ja maar mama wat heeft die mevrouw dan?” Vervolgens sleurt de mama het kind bij mij vandaan. Best een beetje gênant.

Begrijp me goed. Niet de vraag of het feit dat het kind de vraag stelt is gênant maar het feit dat de moeder het kind wegsleurt. Als zij het kind de kans had gegeven om de vraag aan mij te stellen, dan had ik verteld dat ik geopereerd was en dat mijn oog niet beter te maken was en dat ik nu een kunstoog heb. Dan was dat duidelijk voor het kind en de (eventuele meeluisterende) volwassenen.

Een kind blijft je aankijken als ze ‘iets bijzonders’ ziet, omdat het kind wil weten wat hij of zij ziet. Ouders zeggen: “Je moet niet zo ‘staren’ dat is niet beleefd”. Ik zou het bestuderen willen noemen. Mijn kleine neefje Charlie was een paar maanden oud toen hij mijn gezicht bestudeerde en ineens heel erg scheel keek. De vader van Charlie stond achter mij en raakte een beetje in paniek omdat zijn zoontje zo scheel keek. Ik
moest er om lachen want ik had wel vaker gemerkt dat kinderen scheel kijken als ze me aankijken. Het kind richt zijn of haar blik en dus ook de aandacht op alleen mijn ‘goede en bewegende oog’. Het andere stilstaande oog doet niet mee en is waarschijnlijk niet interessant om naar te kijken.

Ook Tommy -het hondje van mijn dochter- kijkt me schooiend aan en verlegd dan ineens zijn blik alleen naar mijn ene oog. Beste apart en ook grappig om te zien! Maan -mijn 7 maanden oude kleindochter- bestudeert nu aandachtig alles wat ze ziet, dus ook gezichten. Het wonderlijke is dat Maan juist niet naar het bewegende oog kijkt, maar naar het stilstaande nep-oog. Ze staart ernaar met een vragende blik van “Hee, waarom doe jij niet mee?” Ik hoop oprecht dat ze die vraag zal stellen als ze kan praten.

Wacht even!

De 8-jarige Lotte was bij haar opa en oma aan het logeren toen ik op bezoek kwam. Ik zag dat Lotte zoekende was hoe ze me moest aankijken. Ze knipoogde af en toe naar mij waarschijnlijk omdat ik dat ook
deed. Maar Lotte stelde geen vragen. Toen ik weg wilde gaan liep opa met mij mee naar de auto om mij te helpen om door de best smalle poort van de uitrit te rijden. Ik had de auto gestart toen ik oma hoorde roepen: “Wacht even!’’ Samen met Lotte kwam ze aangerend want Lotte wilde nog even goed naar mijn oog kijken. Ze had gezien dat er iets was, maar dat werd bevestigd omdat opa mee moest kijken bij het wegrijden. Oma was zo verstandig om daar aandacht aan te geven. Ik zette de motor weer uit en deed mijn bril af zodat Lotte de epithese goed kon zien. Ik vertelde haar de korte kinderversie. Lotte knikte dat ze het begreep en zuchtte van opluchting dat ze het snapte. Ik vond het echt ontroerend!

Draagt u een epithese?

Volwassen stellen meestal geen vragen, maar kijken wel zoekend naar wat er niet klopt in het gezicht. Maar soms wel. Dat vind ik verrassend. Zo vroeg laatst iemand aan mij “Draagt u een epithese?” Mijn reactie
was “Ja, en wat bijzonder dat je dat vraagt!” Hij vertelde dat zijn vrouw ook een epithese heeft en dat zij het fijner zou vinden als mensen er naar zouden vragen dan dat ze alleen maar kijken. Tja, want van vragen stellen kun je leren! Het mag duidelijk zijn dat ik het helemaal eens ben met haar!

Anita Hol-Bubeck

Afstand houden en zo….

Volgens de richtlijnen van de 1,5 meter samenleving moeten we afstand houden van elkaar. Dat valt niet altijd mee, zeker niet als je met één oog kijkt. In het verkeersrecht staat ook dat je voldoende afstand moet houden. Die verplichting nakomen blijkt ook niet altijd mee te vallen, ongeacht of men met één of twee ogen kijkt.

Regelmatig houden automobilisten te weinig afstand van elkaar en – nog erger – ze jagen­ bumperklevend achter elkaar aan. Als gevolg daarvan ontstaan er veel aanrijdingen. In mijn trainingen voor behandelaars van verkeersschades, bespreken we wie er in zo’n situatie aansprakelijk is. Is dat de achterste auto om dat hij onvoldoende afstand hield? Of is het de voorste auto omdat hij ineens remde? Voor degene die nieuwsgierig zijn naar het antwoord, leg ik graag uit wie in dit geval aansprakelijk is.

 

Stel je rijdt 100 km per uur

Stel, je rijdt in de auto op de snelweg met een snelheid van 100 km per uur. Ineens steekt moeder eend met een aantal kleine eendjes de weg over. Wat doe je? Remmen of doorrijden? Voor de veiligheid van jezelf en anderen kun je het beste doorrijden. Maar waarschijnlijker is dat je in een reflex op de rem trapt. Alle kans dat automobilist achter je net iets later remt en achterop jouw auto rijdt. Wie is er dan aansprakelijk?

 

Wie is aansprakelijk?

Een van de uitgangspunten in het verkeersrecht is: “Een bestuurder moet in staat zijn om het voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is.” Vrij vertaald staat daar: je moet  voldoende afstand houden om te kunnen remmen als dat nodig is. Je mag dus niet te dicht achter jouw voorganger rijden. Als je botst op de auto voor je, dan ontstaat het vermoeden dat je niet voldoende afstand hield. Je bent dan in principe aansprakelijk voor de schade die is ontstaan. In principe, want je mag proberen aan te tonen, dat je wel voldoende afstand hield en dat de botsing door iets of iemand anders werd veroorzaakt. Bijvoorbeeld dat je werd doorgedrukt door een auto die achterop jou reed of omdat de auto voor jou ‘zomaar’, zonder dat dat nodig was, remde. Een ander uitgangspunt in het verkeersrecht is dat het verboden is om ‘een gevaar te zetten’ of anderen in het verkeer te hinderen. Door zomaar te remmen zonder verkeersnoodzaak hinder je het overige verkeer.

 

Wel of niet remmen voor eenden?

In het voorbeeld is degene die achterop rijdt de vermoedelijk aansprakelijk partij omdat hij/zij kennelijk te weinig afstand hield. Maar de achter-op-rijder mag proberen aan te tonen dat de voorste auto remde zonder verkeersnoodzaak. Het remmen op de snelweg voor eenden wordt in de rechtspraak uitgelegd als remmen zonder noodzaak.  De impact van remmen voor eendjes is volgens een uitspraak van de rechter voor het verkeer groter dan de eenden overrijden. Daarom is de voor eendjes remmende automobilist aansprakelijk. Deze uitspraak staat bekend als het ‘Eendjesarrest’. In dit arrest staat ook dat remmen voor grotere dieren zoals herten, koeien, zwijnen et cetera wel gezien moet worden als remmen met verkeersnoodzaak, omdat een aanrijding met zo’n groot dier wel grote gevolgen kan hebben voor het verkeer. Het uitgangspunt dat de achter-op-rijder aansprakelijk is blijft wel bestaan voor de botsingen binnen de bebouwde kom en de 60/70/80 km wegen. Op deze wegen moet je er rekening mee houden dat er geremd wordt voor iets of iemand die wil gaan oversteken.

 

Eendjesarrest

Het ‘Eendjesarrest’ bespreek ik regelmatig met mijn cursisten. Een paar weken geleden kreeg ik een mailtje van een cursist: “Hadden wij dit gister besproken? Wat een toeval.” In de mail verwees zij naar een krantenbericht over een verkeersongeval van de vorige dag: “Overstekende eendjes waarschijnlijk oorzaak ernstig ongeval op A2”. Bij het artikel stond een foto van Moeder-eend met haar jongen. Ik antwoordde: “­Geen toeval dat er geremd werd voor het vrouwtje van de wilde eend.” De cursist reageerde: “Afstanden kun je misschien niet goed zien met één oog, maar eenden herkennen wel. Denk erom als je er een ziet op de snelweg… Niet remmen!”

 

Wees voorzichtig en houd afstand!

Anita Hol-Bubeck

Ontmoeting in de mist

Voor het schrijven van een tekst voor mijn werk of voor deze Mono-zien column ben ik altijd op zoek naar inspiratie. Soms haal ik inspiratie uit het lezen van een mooi boek, een voorval uit mijn eigen omgeving of een lekkere wandeling wil ook nog wel eens inspiratie geven. Dit laatste was ook het geval op oudjaarsdag 2019 en dat wat daaruit voortvloeide…

 

Oudjaarsdag 2019

Het was een donkere en vooral heel erg mistige dag. Zelf was ik ook een beetje donker en somber. Ik was supergezellig met mijn (schoon)kinderen op Texel geweest en was weer alleen thuis. Ik sprak mezelf toe en besloot om toch een lekkere wandeling te gaan maken door mijn lievelingsgebied: de prachtige Ooijpolder. In de polder aangekomen vroeg ik me af hoe goed mijn plan was, want het was wel heel erg mistig. Ik kon niet ver kijken en dus maar weinig zien. Het zicht was hooguit 50 tot 100 meter. Ik hoorde wel wat vogels, vooral het gedempte geluid van overvliegende de ganzen, maar ik kon ze niet zien. Af en toe kwam ik een fietser, wat voetgangers en een enkele langzaam rijdende auto tegen, die ineens opdoemende uit de mist. Het had iets mysterieus!

 

Op een verlaten dijkje voelde ik dat de zon achter mij een beetje door de mist tevoorschijn kwam. Op dat moment doemde er een stilstaande auto op. Bij de auto stond een persoon. Dichterbij de auto aangekomen zag ik dat die persoon een vrouw was die foto’s van mij stond te maken. Ik voelde me een beetje opgelaten. De vrouw keek me lachend aan en zei: “Het was zo’n mooi gezicht hoe jij samen met de zon uit de mist tevoorschijn kwam”. Ze liet me de foto’s zien die ze gemaakt had en ik werd er stil van. Wat had ze dat moment prachtig vastgelegd. De fotograaf – Chantal heette ze – vertelde me dat ze in Amerika woonde en voor de feestdagen in Nederland was. We spraken nog even en ze beloofde mij de foto te mailen.

Symbolische foto

Ontmoeting in de mist. Fotografie: Chantal Heijnen – New York

Na een dag of 10 kreeg ik een van de prachtige foto’s toegestuurd vergezeld met een vriendelijke mail. Pas toen ontdekte ik dat Chantal, Chantal Heijnen is, een beroemde Nederlandse fotograaf die in New York woont. Ze maakt prachtige foto’s van mensen op bijzondere plekken over de hele wereld. Ik was al onder de indruk van haar werk, maar nu helemaal. Zij maakt foto’s die veel meer zijn dan een vastgelegd moment.

 

Er schuilt steeds een verhaal achter het vastgelegde beeld. Zonder dat Chantal het wist is de foto die zij van mij maakte voor mij ook meer dan dat ene plaatje op dat moment. De foto vertelt mijn verhaal. De afgelopen jaren liep ik in de mist, zoekend naar de juiste route om de draad van het leven weer op te pakken na het overlijden van mijn man en het verlies van mijn rechteroog. De mist is langzaam opgetrokken, de zon brak af en toe weer door en ik ben letterlijk en figuurlijk mijn levenspad helderder gaan zien. Ik begon in te zien dat ik -ook al was ik alleen en had ik nog maar één oog- een groot deel van mijn oude leven weer op kon pakken. Ik raakte gewend aan de nieuwe situatie, durfde weer auto te rijden, kon weer werken en ging weer leuke dingen doen met de lieve mensen om me heen.

 

Ik kwam niet alleen die dag, maar ik ben de afgelopen jaren uit de mist gekomen. Prachtig zoals Chantal dit in één foto heeft vastgelegd. In mijn bedankmailtje vertelde ik dat Chantal en vroeg haar om toestemming om de foto bij een column -die ik al voelde opborrelen te mogen plaatsen. Chantal antwoordde snel: “Natuurlijk mag je de foto gebruiken voor de column, want het heeft kennelijk zo moeten zijn dat wij elkaar tegen kwamen op die laatste dag van 2019!” Ik ben het maar haar eens, het was een bijzondere en vooral inspirerende ontmoeting!

 

Anita Hol-Bubeck

Mussekieke

Op de dijk langs de Waal zitten een paar vogelaars door hun verrekijkers, telescopen en fotoapparatuur over het water te turen. Ik sluit me aan bij het groepje. Een van hen zegt dat hij mij al lang niet meer heeft gezien en vraagt hoe het met mij gaat. “Naar omstandigheden goed”, zeg ik.

Vogels kijken was een gemeenschappelijke hobby van mijn man en ik. We werden gekscherend ‘de Mussekiekers’ genoemd. Nijmeegs voor vogels kijken. (Voor niet-vogelaars zijn alle vogels Mussen en in Nijmegen ‘Musse’ zonder ‘n’ en het Nijmeegse woord voor kijken is ‘kieke’ ook zonder ‘n’.) Na het overlijden van mijn man en tegelijkertijd het verlies van één oog maakte dat ik er wat moeite mee had om te gaan ‘Mussekieke’.

Mono-kijker

Met het ene blote oog is het lastig om de -vaak kleine en wiebelige – vogels waar te nemen in mijn kleine blikveld. Tijdens het wandelen ben ik wel vogels blijven zoeken maar het ging moeizamer. Mijn gewone dubbele verrekijker -die 10x vergoot en een hoge lichtopbrengst heeft- kreeg ik niet goed ingesteld voor mijn ene oog. Na maanden tobben kwam ik toevallig een advertentie tegen van een mono-kijker (éénoog-­kijker) met dezelfde sterkte als mijn dubbele verrekijker. Ik ben meteen naar de winkel gegaan, heb de kijker uitgeprobeerd en gekocht! Ik werd daar zo blij van. Ik kan er supergoed mee overweg en in het beperkte gezichtsveld haarscherp mee zien en er de kleinste vogels mee spotten.

Vogelaars onder elkaar

De vogelaars op de dijk kijken verwonderd naar mijn mono-kijker en vragen of het een telescoop is. Ik leg uit dat het geen telescoop is maar wel een hele goede mono-kijker is en ik vertel waarom ik die gekocht heb. Ze willen er allemaal even doorheen ‘kieke’ en ze snappen heel goed dat ik er blij mee ben, want géén vogels meer kunnen kijken lijkt ze echt héél erg.  We praten nog wat over de soorten verrekijkers en telescopen, over excursies van de vogelwerkgroep in de regio en over een vogelcursus die de vogelwerkgroep jaarlijks verzorgd in de regio. Ik vraag me hardop af of die cursus ook iets voor mij is.

Ondertussen dat we praten blijven we kijken naar de vele vogels die foerageren in en langs de rand van het water onder aan de dijk. Ik wijs de ene na de andere vogel aan en noem daarbij de naam van de diverse soorten vogels. De namen komen als vanzelf allemaal weer naar boven en ik word steeds enthousiaster! Vogelaars zijn over het algemeen rustige en serieuze mensen en ik kijk dus verbaasd om me heen als ik merk dat de vogelaars mij lachend staan aan te kijken. Een van hen verwoord wat ze denken. Ik word wat verlegen van wat hij zegt: “Die vogelcursus hoef jij niet te volgen, die moet je zelf gaan geven. Je kunt héél goed ‘Musse-kieke’ en docent ben je al.” Een groter compliment hadden ze me niet kunnen geven!

 

Deze column is geschreven door Anita Hol-Bubeck

 

Wil je onze digitale nieuwsbrief ontvangen?

Schrijf je hier in voor onze maandelijkse Online nieuwsbrief

Knipoog

Als docent probeer ik mijn deelnemers altijd bij de les te houden met spraakmakende humorvolle voorbeelden en vooral ook door (oog) contact te maken en te houden met de deelnemers. Ik loop heen en weer voor de groep en kijk dan of alle ogen in de zaal mijn bewegingen volgen. Als een deelnemer niet bij de les is probeer ik haar of zijn blik te vangen en meestal is dat voldoende om die persoon weer actief deel te laten nemen. Bij de volgende dwaling ‘bestraf’ ik die deelnemer vriendelijk met een moeilijke vraag. Dit spel speel ik graag en -al zeg ik het zelf- goed!

Spel spelen

Mijn grootste zorg was dat ik dit spel als éénogige niet meer zou kunnen spelen. Maar dat valt mee. Ik beweeg veel meer en kijk nog beter rond en zie daardoor nog steeds de minder oplettende deelnemers. Misschien gaat het nu wel beter omdat ik er nu veel bewuster mee bezig ben. Tijdens het praten kijk ik zelfs vaak of er tussen de deelnemers mensen bij zijn met één oog.

Sjans?

Tijdens een lezing in een zaal met een grote groep mensen -hoofdzakelijk mannen- merkte ik ineens dat er opvallend veel mannen naar mij knipoogden. Ik werd er een beetje verlegen van. Het leek er op dat ik ‘sjans’ had. Maar na de zoveelste knipoog realiseerde ik me ineens wat er aan de hand was en heb ik echt mijn best moeten doen om niet keihard in de lach te schieten! Mijn epithese-oog kan niet knipperen; het staat altijd open. Mijn enige echt echte oog  knippert wel. Voor de mensen in de zaal is het alsof ik sta te knipogen en dus knipogen ze terug! Géén sjans dus…

Souvenir

Tijdens mijn vakantie zag ik een bamboe houten horloge waar ik op slag verliefd op werd. Een paar dagen later ging ik terug naar de winkel om te kijken of het echte liefde was. Terwijl ik het horloge paste, zag ik dat een oudere dame mee stond te kijken. Ze knikte instemmend en ik besloot het horloge te kopen.  

Buiten bij de winkel ging ik op een bankje ging zitten om mijn aankoop nog eens goed te bewonderen. De vrouw die instemmend stond te knikken in de winkel kwam naar moe toe lopen en vroeg glimlachend of ze bij me mocht komen zitten. Haar vriendelijk uitstraling maakte dat ik zei: ‘Natuurlijk graag zelfs!’ Terwijl ze plaats nam wees ze naar mijn horloge en zei: ‘Dat is een mooi souvenir!’

Dat was het begin van een aangenaam gesprek van ruim een uur. Zij vertelde openhartig over haar leven, over haar werk als onderwijskundige waarvoor ze veel gereisd had en dat ze dat nu niet meer kon. Ze was bijna 80 jaar en minder goed gezond. Ik vertelde haar dat mijn leven de afgelopen jaren erg veranderd is. Dat mijn man is overleden, dat ik een tumor achter mijn oog had en nu nog maar één oog heb en dat ik er goed doorheen gekomen ben. Dat ik erg blij ben dat ik mijn werkzaamheden – in het assurantieonderwijs- weer grotendeels op heb kunnen pakken. Ik vertel dat echt niet zomaar aan iedereen, maar het vertellen ging als vanzelf door de wederzijdse oprechte belangstelling en de gedeelde passie voor het onderwijs.

We wisselden behoorlijk wat ‘privacy gevoelige informatie’ uit. Ik weet zeker dat wij elkaars privacy niet zullen schenden, daar hebben wij geen wetgeving voor nodig. Volgens de nieuwe privacywetgeving (Algemene Verordening Persoonsgegevens AVG) mogen organisaties, bedrijven, stichtingen en verenigingen (zoals de Vereniging OOG in OOG) geen persoonsgegevens opslaan of bewerken tenzij dat noodzakelijk is. Bijvoorbeeld omdat ze ledenadministratie bijhouden. Als de persoonsgegevens worden opgeslagen worden moet dat zorgvuldig gebeuren zodat de privacy van die personen niet geschonden wordt. De AVG geldt niet voor particulieren onderling, maar particulieren horen elkaars privacy ook niet te schenden. Dat zal ik zeker niet doen, maar ik moet wel vaak aan de lieve dame en haar levensverhaal denken als ik kijk hoe laat het is. Het horloge is daardoor een heel bijzonder souvenir!

Moderne techniek

Via mijn telefoon geef ik aan mijn auto het adres door waar ik naar toe moet. Tijdens de autorit vertrouw ik volledig op mijn navigatie en de lampjes in de auto die me waarschuwen als er zich verkeer bevindt in mijn dode hoeken en als ik te dicht op mijn voorganger rijdt.

Bij het inparkeren op de (te) krappe plek in de parkeergarage maak ik dankbaar gebruik van de achteruitrij camera en de bliepende sensoren aan de voor- en achterkant van de auto. Daarna loop ik naar binnen bij het bedrijfsgebouw waar ik een afspraak heb. In de ontvangsthal  sta ik even te wennen aan het felle licht en dan komt er een kleine witte robot op me af ‘gerold’. De robot zegt heel vriendelijk: “Hello, can I help you?” Ik kijk naar het robotmannetje en geef tot mijn eigen verbazing gewoon antwoord! Ik vertel wie ik ben en met wie ik een afspraak heb. Ik mag even plaatsnemen en zal  dan worden opgehaald door de persoon met wie ik de afspraak hebt, zegt het vriendelijke robotmannetje.   

Fictie? Nee hoor, dit gebeurde allemaal echt. Dankzij de moderne techniek kan ik gemakkelijker en veiliger autorijden en hoef ik zelf in het grote bedrijfspand niet te lopen zoeken waar ik moet zijn. Ik vind het helemaal geweldig en ik ben ook benieuwd naar wat er nog meer komt. Ik kijk wel uit naar een 3D geprinte epithese of nog mooier een oog waarmee ik zou kunnen zien?! Wie weet wat de toekomst nog brengt.

Natuurlijk zijn niet alle technische snufjes even functioneel. Soms zijn ze gewoon leuk en ze kunnen ook zorgen voor leuke situaties. Mijn dochter en ik hebben op onze telefoon een app waarmee we van elkaar kunnen zien waar we zijn. Dat is wel functioneel omdat ik dan altijd terug gevonden kan worden als ik tijdens een wandeling in de problemen raak.  Op een zomerse dag in oktober 2018 wandelde ik op het extra brede Waalstand  -door de lage waterstand- toen ik een appje kreeg van mijn dochter. Ze stuurde een schermfoto van haar telefoon waarop stond waar ik op dat moment was met daarbij de quasi verbaasde tekst  ‘Mama, ben je nou echt aan het zwemmen?’