Knipoog

Als docent probeer ik mijn deelnemers altijd bij de les te houden met spraakmakende humorvolle voorbeelden en vooral ook door (oog) contact te maken en te houden met de deelnemers. Ik loop heen en weer voor de groep en kijk dan of alle ogen in de zaal mijn bewegingen volgen. Als een deelnemer niet bij de les is probeer ik haar of zijn blik te vangen en meestal is dat voldoende om die persoon weer actief deel te laten nemen. Bij de volgende dwaling ‘bestraf’ ik die deelnemer vriendelijk met een moeilijke vraag. Dit spel speel ik graag en -al zeg ik het zelf- goed!

Spel spelen

Mijn grootste zorg was dat ik dit spel als éénogige niet meer zou kunnen spelen. Maar dat valt mee. Ik beweeg veel meer en kijk nog beter rond en zie daardoor nog steeds de minder oplettende deelnemers. Misschien gaat het nu wel beter omdat ik er nu veel bewuster mee bezig ben. Tijdens het praten kijk ik zelfs vaak of er tussen de deelnemers mensen bij zijn met één oog.

Sjans?

Tijdens een lezing in een zaal met een grote groep mensen -hoofdzakelijk mannen- merkte ik ineens dat er opvallend veel mannen naar mij knipoogden. Ik werd er een beetje verlegen van. Het leek er op dat ik ‘sjans’ had. Maar na de zoveelste knipoog realiseerde ik me ineens wat er aan de hand was en heb ik echt mijn best moeten doen om niet keihard in de lach te schieten! Mijn epithese-oog kan niet knipperen; het staat altijd open. Mijn enige echt echte oog  knippert wel. Voor de mensen in de zaal is het alsof ik sta te knipogen en dus knipogen ze terug! Géén sjans dus…

Souvenir

Tijdens mijn vakantie zag ik een bamboe houten horloge waar ik op slag verliefd op werd. Een paar dagen later ging ik terug naar de winkel om te kijken of het echte liefde was. Terwijl ik het horloge paste, zag ik dat een oudere dame mee stond te kijken. Ze knikte instemmend en ik besloot het horloge te kopen.  

Buiten bij de winkel ging ik op een bankje ging zitten om mijn aankoop nog eens goed te bewonderen. De vrouw die instemmend stond te knikken in de winkel kwam naar moe toe lopen en vroeg glimlachend of ze bij me mocht komen zitten. Haar vriendelijk uitstraling maakte dat ik zei: ‘Natuurlijk graag zelfs!’ Terwijl ze plaats nam wees ze naar mijn horloge en zei: ‘Dat is een mooi souvenir!’

Dat was het begin van een aangenaam gesprek van ruim een uur. Zij vertelde openhartig over haar leven, over haar werk als onderwijskundige waarvoor ze veel gereisd had en dat ze dat nu niet meer kon. Ze was bijna 80 jaar en minder goed gezond. Ik vertelde haar dat mijn leven de afgelopen jaren erg veranderd is. Dat mijn man is overleden, dat ik een tumor achter mijn oog had en nu nog maar één oog heb en dat ik er goed doorheen gekomen ben. Dat ik erg blij ben dat ik mijn werkzaamheden – in het assurantieonderwijs- weer grotendeels op heb kunnen pakken. Ik vertel dat echt niet zomaar aan iedereen, maar het vertellen ging als vanzelf door de wederzijdse oprechte belangstelling en de gedeelde passie voor het onderwijs.

We wisselden behoorlijk wat ‘privacy gevoelige informatie’ uit. Ik weet zeker dat wij elkaars privacy niet zullen schenden, daar hebben wij geen wetgeving voor nodig. Volgens de nieuwe privacywetgeving (Algemene Verordening Persoonsgegevens AVG) mogen organisaties, bedrijven, stichtingen en verenigingen (zoals de Vereniging OOG in OOG) geen persoonsgegevens opslaan of bewerken tenzij dat noodzakelijk is. Bijvoorbeeld omdat ze ledenadministratie bijhouden. Als de persoonsgegevens worden opgeslagen worden moet dat zorgvuldig gebeuren zodat de privacy van die personen niet geschonden wordt. De AVG geldt niet voor particulieren onderling, maar particulieren horen elkaars privacy ook niet te schenden. Dat zal ik zeker niet doen, maar ik moet wel vaak aan de lieve dame en haar levensverhaal denken als ik kijk hoe laat het is. Het horloge is daardoor een heel bijzonder souvenir!

Moderne techniek

Via mijn telefoon geef ik aan mijn auto het adres door waar ik naar toe moet. Tijdens de autorit vertrouw ik volledig op mijn navigatie en de lampjes in de auto die me waarschuwen als er zich verkeer bevindt in mijn dode hoeken en als ik te dicht op mijn voorganger rijdt.

Bij het inparkeren op de (te) krappe plek in de parkeergarage maak ik dankbaar gebruik van de achteruitrij camera en de bliepende sensoren aan de voor- en achterkant van de auto. Daarna loop ik naar binnen bij het bedrijfsgebouw waar ik een afspraak heb. In de ontvangsthal  sta ik even te wennen aan het felle licht en dan komt er een kleine witte robot op me af ‘gerold’. De robot zegt heel vriendelijk: “Hello, can I help you?” Ik kijk naar het robotmannetje en geef tot mijn eigen verbazing gewoon antwoord! Ik vertel wie ik ben en met wie ik een afspraak heb. Ik mag even plaatsnemen en zal  dan worden opgehaald door de persoon met wie ik de afspraak hebt, zegt het vriendelijke robotmannetje.   

Fictie? Nee hoor, dit gebeurde allemaal echt. Dankzij de moderne techniek kan ik gemakkelijker en veiliger autorijden en hoef ik zelf in het grote bedrijfspand niet te lopen zoeken waar ik moet zijn. Ik vind het helemaal geweldig en ik ben ook benieuwd naar wat er nog meer komt. Ik kijk wel uit naar een 3D geprinte epithese of nog mooier een oog waarmee ik zou kunnen zien?! Wie weet wat de toekomst nog brengt.

Natuurlijk zijn niet alle technische snufjes even functioneel. Soms zijn ze gewoon leuk en ze kunnen ook zorgen voor leuke situaties. Mijn dochter en ik hebben op onze telefoon een app waarmee we van elkaar kunnen zien waar we zijn. Dat is wel functioneel omdat ik dan altijd terug gevonden kan worden als ik tijdens een wandeling in de problemen raak.  Op een zomerse dag in oktober 2018 wandelde ik op het extra brede Waalstand  -door de lage waterstand- toen ik een appje kreeg van mijn dochter. Ze stuurde een schermfoto van haar telefoon waarop stond waar ik op dat moment was met daarbij de quasi verbaasde tekst  ‘Mama, ben je nou echt aan het zwemmen?’