Opnieuw leren kijken

Na een turbulente tijd door het verlies van zicht in het linkeroog van Martin Fickweiler, vertrok hij eind april 2019 met zijn gezin naar Isle of Skye in het westen van Schotland.

Martin Fickweiler

Op dit toeristische maar prachtige eiland ligt de Cuillin, een relatief klein berggebied met een aantal uitdagende tochten. Hoewel geen van de zesendertig toppen van de Cuillin boven de duizend meter reikt heeft dit gebied door zijn noordelijke ligging en de weersinvloeden vanaf de Atlantische oceaan een behoorlijk ruig karakter. Kortom de ideale plek voor Martin om te ontdekken waartoe hij nog in staat is. Vereniging OOG in OOG mag het bijzondere verhaal van Martin delen.

Vijf graden op zeeniveau

Wanneer we aankomen op de camping van Glenn Brittle waait er een krachtige wind door het dal. Het landschap biedt nauwelijks beschutting waardoor campers staan te schudden en enkele tenten worden plat gedrukt onder de kracht van de wind. Toen ik de afgelopen dagen de weersvoorspelling nauwlettend in de gaten hield leken vandaag en morgen beide een goed moment om de Cuillin in te trekken. De weersvoorspelling die ik bij de receptie van de camping onder ogen krijg is dan ook niet wat ik verwacht had. Voor de komende dagen zal er een harde wind uit het noorden waaien, komt de temperatuur op zeeniveau niet boven de vijf graden Celsius en is er zo nu en dan kans op een hagelbui. Gelukkig beweren veel Schotten dat je in Schotland het weer moeilijk kunt voorspellen en dat helpt me om positief te blijven.

Moeilijkste bergtop van de UK

De bekendste top van de Cuillin is zonder twijfel de Inaccessible Pinnacle. De Inn Pinn is eigenlijk niets meer dan een reusachtig rotsblok dat uitsteekt boven de berg waarop hij staat en wordt gezien als de moeilijkste bergtop van het Verenigd Koninkrijk. Toen ik afgelopen winter in een oude klimgids de Inn Pinn ontdekte leek het mij een mooie uitdaging om opnieuw mijn krachten en vaardigheden te meten. In de luwte van de camperbus zoek ik het benodigde materiaal uit en hoewel ik de tocht in mijn eentje ga ondernemen, neem ik toch veertig meter touw mee. Omdat ik het laatste stuk naar de top op klimschoenen zal klimmen verwacht ik het touw alleen te gebruiken om van de top langs de westkant af te dalen. Mijn rugzak zet ik naast een geordende stapel kleren op de bestuurdersstoel zodat ik in alle vroegte en zonder oponthoud de bergen in kan.  Het zal een belangrijke dag worden, morgen zal ik er achter komen of de beklimming in deze weersomstandigheden en met mijn nieuw verworven handicap haalbaar is of niet.

Slechter zien, maar beter kijken

’s Nachts rukt de wind aan de camper en word ik af en toe gewekt door een hagelbui die hard op het het dak slaat. Toch lukt het me om voldoende te slapen en uiteindelijk word ik wakker wanneer het licht is buiten. Na een vluchtig ontbijt met koffie kus ik mijn vrouw en kind gedag, pak mijn rugzak en loop het eerste stuk over de weg naar het begin van het pad. Het is de eerste keer dat ik weer alleen de bergen in ga sinds ik een half jaar geleden door een oogzenuwontsteking het zicht uit mijn linkeroog ben kwijt geraakt. De tijd die daar op volgde was beangstigend, onzeker en doordrenkt met flinke hoeveelheden medicijnen. Terwijl ik fysiek achteruit ging zorgde deze periode er voor dat ik anders naar dingen ben gaan kijken. Ik ontdekte wat ik echt belangrijk vind en merkte dat ik ondanks alle tegenslag positief kon blijven. De steun die ik kreeg verwarmde mijn hart en maakte vriendschappen en relaties steviger. Ik was dan wel slechter gaan zien maar tegelijkertijd beter naar het leven gaan kijken.

Omarmen

Het eerste gedeelte van de route voert over een duidelijk pad en het kost me geen enkele moeite om met één oog de diepte van de volgende stap in te schatten. Ik kijk naar boven en zie dat de wolken die rondom de bergtoppen kleven behoorlijk snel bewegen. Wanneer ik het grote komvormig dal tussen Sgurr na Banachdich en Sgurr Dearg betreed voel ik de wind steeds minder fel aan mijn kleding trekken en na verloop van tijd kom ik in de luwte. De hellingen aan weerszijden van het dal lopen in vrijwel dezelfde steilte naar beneden en wanneer ik omkijk lijkt het net alsof de bergen me omarmen. Ik voel me welkom en ik ben trots dat ik deze tocht aan het maken ben. Het voelt goed om alleen te zijn en zelf mijn tempo te bepalen, te stoppen wanneer ik dat wil en mijn gedachten de vrije loop te laten zonder de aanwezigheid van andere mensen. Het Cuillin gebergte is vandaag een verlaten, ruige plek waar ik zonder remmingen mijn eigen emoties kan ervaren en zelf kan bepalen hoe ver ik wil gaan zonder dat verder aan een ander uit te hoeven leggen.

 

Twijfel

Bij een snelstromend riviertje aan het einde van het dal eindigt het pad. Ik neem de tijd om even te pauzeren en mijn waterfles te vullen voor de rest van de tocht. Het vervolg van de route is duidelijk aangegeven met steenmannen en volgt het riviertje stroomopwaarts tot steile rotsen de doorgang blokkeren. Het is me duidelijk dat de route op gelijke hoogte een stuk richting het westen traverseert en al gauw kom ik weer steenmannen tegen. Toch bekruipt me na enige tijd een gevoel van onbehagen wanneer ik het terrein afspeur naar steenmannen en deze vervolgens niet vind. Aangekomen onderaan een steil blokken veld slaat de twijfel toe en is het euforische gevoel dat ik eerder had naar de achtergrond verdwenen.

 

Opeens denk ik overal om me heen mogelijkheden te zien om mijn weg te vervolgen, maar wanneer ik probeer verder te komen blijkt het veel steiler  dan ik van te voren had ingeschat. Steeds wanneer ik mijn handen nodig heb om verder te komen besluit ik terug te gaan naar het punt waarvandaan ik gestart ben. Dit moet nog gewoon wandelterrein zijn, dus zodra ik ga klimmen zit ik fout. De moed zakt me in de schoenen. Het kost mij moeite vertrouwen te hebben en de moed er in te houden. Voor het eerst kan ik heel goed voelen dat ik visueel gehandicapt ben en dat mijn leven drastisch is veranderd. Vastbesloten om door te gaan tuur ik het landschap af en na enige tijd stuit ik toch weer op een steenman. De wind is ondertussen in kracht toegenomen en de koude lucht doet mijn ogen tranen waardoor het zicht alleen maar slechter wordt. Door een smal couloir gevuld met puin bereik ik uiteindelijk de graat en slaat de wind me in het gezicht.

Inaccessible Pinnacle

Aan de andere kant van de graat kijk ik de diepte in, het is een woest aanzien van donkere wolken die kolkend door de wind omhoog worden geblazen. De windzijde van de donkere, rotsachtige bergtoppen is bedekt met rijp. Ik volg een duidelijk uitgesleten pad naar een soort voortop van Sgurr Dearg. Dan ineens sta ik oog in oog met het reusachtige rotsblok, de Inaccessible Pinnacle. De wind waait snoeihard uit het noorden en wanneer ik die richting op kijk zie ik dat de lucht is gevuld met hagel. Nog geen minuut later valt er overal om mee heen hagel en kruip ik weg in de luwte aan de zuidkant van het rotsmassief.

 

Dik ingepakt ga ik op mijn touw en rugzak zitten wachten tot de hagelbui voorbij is. Ik merk dat ik me onzeker voel want mijn gedachten zijn onrustig en schieten alle kanten op. Ik wist dat de weersomstandigheden niet goed zouden zijn en dat er een kans bestond dat ik zonder top weer om moest keren, maar tegelijkertijd lijkt het me zo bevredigend en uitdagend om toch door te gaan. Ik besluit tot een snelle actie en klop de hagel van mijn spullen. Ik bind het touw aan mijn gordel en hang het kleine beetje materiaal dat ik mee heb binnen handbereik. Ik blaas een paar warme teugen lucht in mijn klimschoenen, trek ze aan en begin te klimmen. Het eerste stuk klim ik nog in de luwte, maar zodra ik op de oostgraat kom blaast de wind hard tegen me aan. Ik klim behoedzaam verder en houd te allen tijde met drie ledematen contact met de rots.

Nu ik aan het klimmen ben voel ik mijn zelfvertrouwen terugkeren en word ik zo in beslag genomen dat ik niet eens meer merk dat ik het zicht in mijn linker oog kwijt ben. Dat besef komt pas weer terug wanneer ik op de top mijn camera installeer om met de zelfontspanner een topfoto te maken. Terwijl ik door de zoeker kijk om het juiste kader te bepalen zie ik niks. “Zit mijn lens dop er nog op?” Schiet er door mijn hoofd “O nee, ik gebruik mijn verkeerde oog!”

 

Graag wil ik van de gelegenheid gebruik maken om drs. Wefers – Bettink van het oogziekenhuis en drs. Blok van de afdeling neurologie aan het Erasmus te bedanken voor hun zorgzame en doortastende aanpak. Tijdens deze zware periode voelde ik mij in veilige handen en dat gaf hoop. Veel dank daar voor!

 

Martin Fickweiler

 

Volg de avonturen van Martin Fickweiler op Instagram:

@martinfickweiler-stories of my life.

Bron artikel: Hoogtelijn/NKBV

Tekst en fotografie: Martin Fickweiler

Ontmoeting in de mist

Voor het schrijven van een tekst voor mijn werk of voor deze Mono-zien column ben ik altijd op zoek naar inspiratie. Soms haal ik inspiratie uit het lezen van een mooi boek, een voorval uit mijn eigen omgeving of een lekkere wandeling wil ook nog wel eens inspiratie geven. Dit laatste was ook het geval op oudjaarsdag 2019 en dat wat daaruit voortvloeide…

 

Oudjaarsdag 2019

Het was een donkere en vooral heel erg mistige dag. Zelf was ik ook een beetje donker en somber. Ik was supergezellig met mijn (schoon)kinderen op Texel geweest en was weer alleen thuis. Ik sprak mezelf toe en besloot om toch een lekkere wandeling te gaan maken door mijn lievelingsgebied: de prachtige Ooijpolder. In de polder aangekomen vroeg ik me af hoe goed mijn plan was, want het was wel heel erg mistig. Ik kon niet ver kijken en dus maar weinig zien. Het zicht was hooguit 50 tot 100 meter. Ik hoorde wel wat vogels, vooral het gedempte geluid van overvliegende de ganzen, maar ik kon ze niet zien. Af en toe kwam ik een fietser, wat voetgangers en een enkele langzaam rijdende auto tegen, die ineens opdoemende uit de mist. Het had iets mysterieus!

 

Op een verlaten dijkje voelde ik dat de zon achter mij een beetje door de mist tevoorschijn kwam. Op dat moment doemde er een stilstaande auto op. Bij de auto stond een persoon. Dichterbij de auto aangekomen zag ik dat die persoon een vrouw was die foto’s van mij stond te maken. Ik voelde me een beetje opgelaten. De vrouw keek me lachend aan en zei: “Het was zo’n mooi gezicht hoe jij samen met de zon uit de mist tevoorschijn kwam”. Ze liet me de foto’s zien die ze gemaakt had en ik werd er stil van. Wat had ze dat moment prachtig vastgelegd. De fotograaf – Chantal heette ze – vertelde me dat ze in Amerika woonde en voor de feestdagen in Nederland was. We spraken nog even en ze beloofde mij de foto te mailen.

Symbolische foto

Ontmoeting in de mist. Fotografie: Chantal Heijnen – New York

Na een dag of 10 kreeg ik een van de prachtige foto’s toegestuurd vergezeld met een vriendelijke mail. Pas toen ontdekte ik dat Chantal, Chantal Heijnen is, een beroemde Nederlandse fotograaf die in New York woont. Ze maakt prachtige foto’s van mensen op bijzondere plekken over de hele wereld. Ik was al onder de indruk van haar werk, maar nu helemaal. Zij maakt foto’s die veel meer zijn dan een vastgelegd moment.

 

Er schuilt steeds een verhaal achter het vastgelegde beeld. Zonder dat Chantal het wist is de foto die zij van mij maakte voor mij ook meer dan dat ene plaatje op dat moment. De foto vertelt mijn verhaal. De afgelopen jaren liep ik in de mist, zoekend naar de juiste route om de draad van het leven weer op te pakken na het overlijden van mijn man en het verlies van mijn rechteroog. De mist is langzaam opgetrokken, de zon brak af en toe weer door en ik ben letterlijk en figuurlijk mijn levenspad helderder gaan zien. Ik begon in te zien dat ik -ook al was ik alleen en had ik nog maar één oog- een groot deel van mijn oude leven weer op kon pakken. Ik raakte gewend aan de nieuwe situatie, durfde weer auto te rijden, kon weer werken en ging weer leuke dingen doen met de lieve mensen om me heen.

 

Ik kwam niet alleen die dag, maar ik ben de afgelopen jaren uit de mist gekomen. Prachtig zoals Chantal dit in één foto heeft vastgelegd. In mijn bedankmailtje vertelde ik dat Chantal en vroeg haar om toestemming om de foto bij een column -die ik al voelde opborrelen te mogen plaatsen. Chantal antwoordde snel: “Natuurlijk mag je de foto gebruiken voor de column, want het heeft kennelijk zo moeten zijn dat wij elkaar tegen kwamen op die laatste dag van 2019!” Ik ben het maar haar eens, het was een bijzondere en vooral inspirerende ontmoeting!

 

Anita Hol-Bubeck